Phono-voorversterkers voor platenspelers

Hoe werkt een phono-voorversterker?

Een phono-voorversterker versterkt het zwakke signaal dat van je platenspeler komt, zodat je het via je eindversterker op het gewenst niveau kunt weergeven. Daarnaast corrigeert een phono-voorversterker de RIAA-curve, waarmee platen worden geperst. Abacadabra? We leggen het hier allemaal uit, zodat je weet waar je op moet letten als je een phono-voorversterker gaat kopen.

Het RIAA systeem

Eerst maar die RIAA-curve. De groeven in grammofoonplaten hebben een golvend patroon. Kleine golfjes voor de hoge tonen, grote golven voor de lage. Zou de verhouding tussen die golven zich 1 op 1 verhouden met de toonhoogte, dan zouden de golven voor de lage tonen heel groot worden. Zo groot zelfs, dat er maar een paar minuten muziek op een LP zou passen. Daarom is al in de jaren ’50 een standaardsysteem ontwikkeld om die golven te comprimeren en dat systeem heet RIAA, waarbij RIAA staat voor Recording Industry Association of America. Een phono-voorversterker zet de gecomprimeerde golven, zoals de naald die oppikt, om in de oorspronkelijke golflengte. Daarom spreken we soms ook van een RIAA-voorversterker als we een phono-voorversterker bedoelen.

Phono voorversterker platenspeler

Extra ruisonderdrukking

Het RIAA systeem heeft een groot bijkomend voordeel: op een heel slimme manier wordt zo ook de ruis uit het oorspronkelijke signaal onderdrukt. Bij het snijden van de plaat worden de lage tonen met 20dB onderdrukt en de hoge tonen met 20dB opgeschroefd. De RIAA-voorversterker doet precies het omgekeerde. Die schroeft de hoge tonen terug en krikt de lage weer op. De oppervlakteruis bij het afspelen van een plaat ligt in het hoge frequentiegebied en zal dus ook door de voorversterker onderdrukt worden.

Versterking van het signaal

We hebben nu dus een signaal met de juiste golflengtes, maar dat signaal is wel heel zwak. Gemiddeld levert een element van je platenspeler een signaal af van tussen de 2 en de 7 millivolt, veel minder dan bijvoorbeeld een CD-speler. Platenspelers met een MC (Moving Coil) element leveren een nog lagere spanning, 0,2 tot 0,5 millivolt. Het is dus noodzakelijk om het signaal te versterken, en ook dat doet de phono-voorversterker.

Een phono-voorversterker kopen, waar moet je op letten?

Vroeger had bijna iedere versterker een ingebouwde phono-voorversterker. Met de opkomst van de CD raakten LP’s echter snel uit de gratie en verdwenen de ingebouwde voorversterkers. Nu de LP echter een comeback heeft gemaakt is er volop vraag naar losse voorversterkers voor platenspelers. Wil je er een aanschaffen, dan moet je op een paar dingen letten:

  • RIAA-voorversterker. Je voorversterker moet de RIAA-curve kunnen corrigeren. Die is echter zo standaard, dat je ervan uit mag gaan dat een phono-voorversterker dat kan.
  • De gain. Dit wil zeggen: de mate waarin het signaal dat afkomstig is van het element wordt versterkt, uit gedrukt in decibel (dB). Voor de meest voorkomende elementen, MM (moving Magnet) of MD (Magneto-Dynamische) elementen, heb je een gain nodig van 40 tot 45 dB. Voor een MC element moet de gain hoger zijn, 50 tot 60 dB. Kijk dus goed wat voor element je platenspeler heeft. Gelukkig hebben veel phono-voorversterkers ingangen voor zowel MM/MD elementen als voor MC elementen. In dat geval hoef je alleen maar goed op te letten op welke ingang je de platenspeler aansluit.
  • Het frequentiebereik van de phono-voorversterker. Hier geldt: hoe breder, hoe beter. Een frequentiebereik van 20 tot 20.000 Hz is heel redelijk.
  • De signaal/ruisafstand. Hoe groter het verschil in geluidsterkte (uitgedrukt in dB) tussen de muziek en de ruis is, hoe beter. Een signaal/ruisafstand van 65 dB of meer is goed.
  • De overload. Sommige elementen leveren meer 5 millivolt, het zou jammer zijn als je voorversterker dat niet aankan, want dan wordt de geluidskwaliteit meteen heel slecht. Daarom moeten phono-voorversterkers hierop over gedimensioneerd zijn, meestal tot 40 millivolt of meer.
  • De impedantie. Het zou een heel technisch verhaal worden om dit uit te leggen, dus we houden het simpel: de ingangsweerstand van de voorverversterker moet overeenkomen met de uitgangsweerstand van het element. MM en MD elementen hebben altijd een impedantie van 47.000 Ohm. Bij MC elementen varieert de impedantie van 10 tot 200 Ohm. Er zijn phono-voorversterkers met MC ingang, waarbij de impedantie is ingesteld op 100 Ohm. Ook zijn er phono-voorversterkers (meestal de wat duurdere) met een instelbare impedantie.

Tot slot de voorversterker keuze

Een hele lijst dus, met dingen die je in de gaten moet houden. Maar gelukkig kunnen we het ook wat simpeler houden. Als je weet wat voor element er in je platenspeler zit, is vaak al duidelijk wat voor voorversterker je nodig hebt. Ga je kijken naar het aanbod, dan zul je verrast zijn door de vele mogelijkheden. Het is aan jou om te bepalen in welke prijsklasse je gaat zoeken. Draai je af en toe een plaatje als achtergrondmuziek, dan is een phono-voorversterker van een paar tientjes al een goede keus. Hoe hoger je eisen en hoe intensiever het gebruik, des te hoger ook de kwaliteit die je zoekt en dus ook de prijsklasse. Een goede, allround keuze is bijvoorbeeld een voorversterker van Hama.